Begin bij de fiscale verliesbeschikking
Verzamel aangiften, aanslagen en beschikkingen over de relevante jaren. Vergelijk het aangegeven verlies met het door de Belastingdienst vastgestelde bedrag. Verschillen kunnen ontstaan door fiscale correcties of latere wijzigingen. Neem een voorlopig berekend verlies daarom herkenbaar als voorlopig op in het overzicht.
Houd per verliesjaar bij welk bedrag is vastgesteld, al verrekend en nog beschikbaar. Leg bij een wijziging vast op welke beschikking die berust. Een saldo in de jaarrekening dat jarenlang wordt doorgeschoven zonder vergelijking met aanslagen kan onjuist zijn. Als het overzicht niet compleet is, kan bij de Belastingdienst een totaaloverzicht worden opgevraagd. Gebruik dat als controle op de eigen administratie, zodat ontbrekende verrekeningen niet pas bij een onverwachte aanslag zichtbaar worden.
Eerst achterwaarts, daarna naar latere winsten
Een verlies wordt eerst verrekend met winst uit het voorafgaande boekjaar. Pas daarna volgt verrekening met toekomstige winsten. Voor verliezen uit 2022 en later geldt onbeperkte voorwaartse verrekening; de Belastingdienst beschrijft daarnaast overgangsregels voor bepaalde oudere nog beschikbare verliezen.
Onbeperkt in tijd betekent niet onbeperkt in bedrag per winstjaar. Controleer daarom beide vragen afzonderlijk. Neem in een meerjarenraming geen automatische belastingvrije periode op totdat alle historische verliezen op zijn. Bij hoge winsten kan ondanks een groot verliesvoorraad toch belasting verschuldigd blijven. Houd ook rekening met definitieve aanslagen van eerdere jaren en eventuele voorlopige verrekening. De kasontvangst van een teruggaaf volgt niet noodzakelijk het moment waarop de ondernemer het verlies in zijn managementrapport ziet.
Een winst van drie miljoen met oude verliezen
Een fictieve BV heeft € 4 miljoen beschikbare verliezen en behaalt € 3 miljoen belastbare winst vóór verliesverrekening. Neem aan dat geen bijzondere beperking of belangenwijziging speelt. De jaarlijkse verrekenruimte bedraagt € 1 miljoen plus 50% van het meerdere van € 2 miljoen. Dat is samen € 2 miljoen.
De BV kan in deze vereenvoudigde situatie dus € 2 miljoen verlies benutten. Er resteert € 1 miljoen belastbaar bedrag en € 2 miljoen verliesvoorraad voor latere jaren. Een berekening die de volledige € 3 miljoen winst wegstreept tegen historische verliezen zou te weinig belasting begroten. Het financiële team neemt daarom naast het verliesvoorraad ook de jaarlijkse benuttingsruimte op in de prognose. Zo blijven voorraad en daadwerkelijk inzetbare aftrek zichtbaar als verschillende grootheden.
Een aandeelhouderswijziging kan de beschikbaarheid raken
Bij een verandering van het uiteindelijke belang kunnen beperkingen gelden. De Belastingdienst noemt een wijziging van 30% of meer als belangrijk aanknopingspunt, met uitzonderingen en aanvullende toetsen. Niet alleen de naam van de directe aandeelhouder, maar ook zeggenschap en gerechtigdheid kunnen relevant zijn.
Onderzoek verliesverrekening daarom vóór een investering, verkoop of herstructurering. Verzamel de eigendomsgeschiedenis vanaf de relevante verliesjaren en beschrijf wijzigingen in werkzaamheden en bezittingen. Een koper kan een fiscaal verlies niet zonder meer als een vrij inzetbaar actief waarderen. Laat de gevolgen voor de concrete transactie beoordelen en neem voorwaarden of onzekerheden mee in de prijsbespreking. Een contractuele garantie over verliezen vervangt de fiscale toets niet en maakt een beperkt verlies niet alsnog verrekenbaar.
Voorlopige teruggaaf vraagt een afzonderlijke aanvraag
Bij een verliesjaar kan voorlopige achterwaartse verrekening onder voorwaarden eerder liquiditeit opleveren. De Belastingdienst verlangt onder meer indiening van de aangifte over het verliesjaar en een definitieve aanslag voor het winstjaar waarmee wordt verrekend. Voorlopig wordt maximaal 80% van het aangegeven verlies meegenomen.
Bereid de aanvraag voor met een aansluiting op de ingediende aangifte en het eerdere aanslagnummer. Houd het ontvangen bedrag apart herkenbaar, omdat bij definitieve vaststelling opnieuw wordt afgerekend. Een optimistische verliesinschatting kan later tot terugbetaling leiden. Gebruik de voorlopige route daarom vanuit voldoende uitgewerkte cijfers. Voor de kasplanning moet bovendien rekening worden gehouden met verwerking en eventuele verrekening met andere openstaande belastingschulden. Een ingediend verzoek is nog geen ontvangen geldbedrag.
Fiscale eenheid en bijzondere verliezen afzonderlijk volgen
Binnen een fiscale eenheid, bij oude houdsterverliezen of andere bijzondere situaties kunnen aanvullende toerekeningsregels gelden. Een geconsolideerd verliesoverzicht is daarom niet altijd voldoende om de positie van iedere vennootschap te begrijpen. Bewaar de herkomst van verliezen en relevante toetredings- of uittredingsmomenten.
Vergelijk de uiteindelijke verliesverrekening met de aangifte vennootschapsbelasting en werk het resterende saldo bij zodra een beschikking beschikbaar is. Onderzoek afwijkingen tijdig, met aandacht voor de toepasselijke bezwaartermijn. Laat bij een herstructurering ook de fiscale eenheid opnieuw beoordelen. Het verliesdossier hoort na iedere aanslag een verklaarde eindstand te bevatten: welk bedrag bestaat nog, welke voorwaarden gelden en welk deel is in het afgelopen jaar daadwerkelijk gebruikt om belastbare winst te verminderen.
Bronnen bij dit onderwerp
- Belastingdienst — Verrekenen van verliezenGeraadpleegd op 2026-09-13
- Belastingdienst — Belangenwijziging en verliezenGeraadpleegd op 2026-09-13