Hoofdnavigatie

Vraag schriftelijk advies aan
KENNISBANK

Min-maxcontract uitgelegd aan de hand van uren en loon

Een min-maxcontract combineert een gegarandeerde arbeidsomvang met ruimte voor extra oproepen tot een afgesproken maximum. Dat geeft meer houvast dan een afspraak zonder minimum, maar vraagt nog steeds duidelijke regels voor rooster en betaling. Het maximum is geen vrijbrief om iemand ieder moment beschikbaar te houden. Deze pagina legt uit hoe de verschillende urensoorten samenhangen en welke controle nodig is wanneer de feitelijke inzet langdurig afwijkt van de oorspronkelijke ondergrens.

Garantie-uren vormen het startpunt van de betaling

Bij een min-maxcontract spreken partijen een minimum en maximum af voor een bepaald tijdvak. Over de garantie-uren bestaat loonrecht, ook wanneer de werkgever minder oproept. Beschrijf daarom niet alleen het aantal uren, maar ook of de afspraak per week, maand of een ander toegestaan tijdvak werkt.

Controleer vervolgens hoe het salarissysteem de garantie verwerkt. Een registratie die uitsluitend de geklokte uren uitbetaalt, kan het minimum uit het contract missen. Neem de overeengekomen ondergrens als afzonderlijk controlegegeven op. Vergelijk een maand met weinig werk met een gewone maand en laat eventuele afwijkingen verklaren. Het gaat daarbij niet om een theoretische flexibiliteitsafspraak, maar om het loon waarop de werknemer volgens de concrete overeenkomst en geldende regels aanspraak heeft.

Extra uren vragen een geldige oproep

Voor een min-maxcontract zijn ook de oproepregels van belang. Onderzoek de geldende termijn, beschikbaarheidsafspraken en eventuele cao-afwijking. Een tijdig opgegeven beschikbaarheidsvenster maakt een concreet rooster nog niet overbodig. De werknemer moet weten wanneer hij daadwerkelijk wordt verwacht en hoe wijzigingen worden doorgegeven.

Maak onderscheid tussen een oproep binnen het maximum en een verzoek om daarboven te werken. Leg extra afspraken herkenbaar vast. Controleer daarnaast wanneer de minimumaanspraak van drie uur loon per oproep geldt. Die regel kan relevant zijn bij korte diensten en wordt niet uitsluitend bepaald door de feitelijke kloktijd. Voor werkgevers die de afspraken nog moeten vastleggen, biedt een oproepovereenkomst opstellen de bijbehorende contractuele voorbereiding.

Een ondergrens van twaalf en bovengrens van twintig

Neem een fictieve weekafspraak van minimaal twaalf en maximaal twintig uur. In een rustige week roept de werkgever acht uur op. Bij de basiscontrole blijft het recht op de twaalf garantie-uren het uitgangspunt. In een andere week werkt de werknemer achttien uur; de registratie moet dan ook de zes uren boven het minimum meenemen.

Voeg daarna een geannuleerde dienst toe aan de proef. De uitkomst kan niet uitsluitend worden berekend door de werkelijk gewerkte uren bij elkaar op te tellen, omdat een te late wijziging loonrecht kan laten bestaan. De casus laat bewust geen universele eindberekening voor die variant zien. Daarvoor zijn de oorspronkelijke oproep, wijzigingsdatum en toepasselijke regels nodig. Zo wordt zichtbaar welke gegevens de administratie moet bewaren om meer te kunnen beoordelen dan alleen de klokregistratie.

Structureel meer werken kan de arbeidsomvang ter discussie stellen

De Rijksoverheid beschrijft het rechtsvermoeden van arbeidsomvang op basis van het gemiddelde over de voorafgaande drie maanden. Als de werkgever dat gemiddelde niet representatief vindt, moet hij dit kunnen weerleggen, bijvoorbeeld wegens aantoonbaar tijdelijk extra werk. Het is dus geen automatische contractwijziging zonder mogelijkheid tot inhoudelijke beoordeling.

Bewaar bij terugkerende pieken de reden en duur. Een tijdelijke vervanging kan anders in de administratie hetzelfde lijken als een structurele uitbreiding. Kijk tegelijk kritisch of de verklaring nog past wanneer de hogere inzet steeds doorgaat. Een label tijdelijk dat maandenlang zonder nieuwe onderbouwing wordt herhaald, helpt weinig bij een gesprek over de werkelijke omvang van het dienstverband. Bespreek daarom de ontwikkeling van de uren voordat een verschil van inzicht vastloopt.

Het aanbod na twaalf maanden is een ander moment

Bij voortgezet oproepwerk geldt daarnaast de verplichting om na twaalf maanden een vaste arbeidsomvang aan te bieden, gebaseerd op het gemiddelde over dat jaar. Dit is een andere toets dan het rechtsvermoeden over drie maanden. De werknemer kan het aanbod afwijzen, maar de werkgever moet de aanbieding en reactie zorgvuldig vastleggen.

Zet beide onderwerpen daarom apart in het urenoverzicht. Een eerdere discussie over een uitzonderlijke piekperiode vervangt het latere jaarlijkse aanbod niet. Controleer welke uren in de berekening horen en laat de aanbieding aansluiten op de juiste gegevens. Een min-maxcontract kan hierdoor in de praktijk meer administratieve opvolging vragen dan partijen bij het ondertekenen verwachten. Die opvolging hoort vanaf het begin bij de inrichting van de personeelsplanning.

Het contract niet onbeperkt ongewijzigd blijven gebruiken

Controleer bij ziekte, verlof en beëindiging welke regels voor het specifieke dienstverband gelden. Maak die beoordeling op basis van contract, cao en feitelijk werkpatroon. Een ondergrens alleen vertelt niet de volledige uitkomst voor elke afwezigheidssituatie.

Houd bovendien rekening met de aangekondigde hervorming van oproepcontracten per 1 januari 2028. De toekomstige bandbreedteregels zijn in september 2026 nog niet de algemene huidige min-maxregeling. Plan actualisatie bij een overeenkomst die doorloopt naar de nieuwe periode. Zo blijft het contract verbonden met zowel de werkelijk gewerkte uren als het juridische kader dat op het betreffende moment geldt.

Bronnen bij dit onderwerp

Over onze redactionele werkwijzeEen correctie doorgeven

We gebruiken deze instelling niet voor advertentiepersonalisatie. U kunt uw keuze op elk moment wijzigen via Cookie-instellingen. Lees de cookieverklaring.