De vermogensgrens en de betalingstoets naast elkaar
Artikel 2:216 BW bevat zowel een grens voor uitkeringen als een rol voor het bestuur. Uitkeren kan slechts voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijk of statutair aan te houden reserves. Daarnaast heeft een uitkeringsbesluit geen gevolgen zolang bestuursgoedkeuring ontbreekt. Het bestuur weigert die goedkeuring wanneer het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de BV haar opeisbare schulden daarna niet kan blijven betalen. Een voldoende grote vrije reserve sluit liquiditeitsproblemen dus niet uit. Omgekeerd betekent een hoog banksaldo niet dat alle gelden zonder verdere beoordeling voor aandeelhouders beschikbaar zijn.
Begin bij betaalmomenten in plaats van jaarresultaten
Een bruikbare prognose laat zien wanneer geld binnenkomt en wanneer betalingen vervallen. Neem lonen, belastingen, leveranciers, aflossingen, huur en noodzakelijke investeringen mee. Vergelijk de verwachte ontvangst van debiteuren met hun feitelijke betaalgedrag. Een grote factuur die al maanden openstaat, verdient een andere behandeling dan een zekere ontvangst op korte termijn. Controleer ook seizoenspatronen en contractuele vooruitbetalingen. Geld dat vandaag beschikbaar is voor een nog uit te voeren opdracht, kan later nodig zijn om die opdracht af te maken. De prognose moet daarom aansluiten op operationele verplichtingen die de jaarrekening alleen samengevat weergeeft.
Financieringsruimte alleen meetellen als zij bruikbaar is
Een kredietlimiet kan onder voorwaarden beschikbaar zijn. Onderzoek of de BV aan die voorwaarden voldoet, of de financier de ruimte kan beperken en of een uitkering zelf strijd oplevert met financieringsafspraken. Een mondelinge verwachting dat de bank wel zal bijspringen biedt geen gelijkwaardige zekerheid. Hetzelfde geldt voor een toekomstige aandeelhoudersstorting waarvoor nog geen bindende toezegging bestaat. Beschrijf per financieringsbron het bedrag, de looptijd en de voornaamste afhankelijkheden. Wanneer de prognose alleen sluit dankzij extra financiering, moet het bestuur begrijpen hoe zeker die financiering werkelijk is en wat het alternatief is bij uitblijven daarvan.
Een winstsaldo dat geen vrije kasruimte blijkt
Een denkbeeldige BV heeft tachtigduizend euro op de bank en wil vijftigduizend euro uitkeren. Binnen enkele weken vervallen echter dertigduizend euro aan belastingen en vijfentwintigduizend euro aan leveranciersbetalingen. Een verwachte klantontvangst van veertigduizend euro is nog onzeker wegens een opleveringsgeschil. Zonder die ontvangst ontstaat na de uitkering een tekort. De juiste vraag is dan niet of het afgelopen jaar winstgevend was, maar hoe de BV de komende verplichtingen kan betalen. Het bestuur onderzoekt de betwiste ontvangst en andere beschikbare middelen voordat het over bedrag en timing van het dividend beslist.
Ook minder gunstige ontwikkelingen doorrekenen
Een enkele verwachting kan te optimistisch zijn. Werk daarom relevante tegenvallers uit, zoals later betalende klanten, verlies van een grote opdracht of een noodzakelijke reparatie. De gekozen scenario's moeten passen bij de onderneming; een algemene procentuele korting op alle omzet verklaart niet ieder risico. Leg uit welke ontwikkeling het meest bepalend is voor de betaalcapaciteit. De wet geeft geen universele periode waarna het bestuur bekende verplichtingen mag negeren. De horizon van de prognose moet daarom worden gemotiveerd aan de hand van de voorzienbare schulden en omstandigheden, waaronder belangrijke betalingen die verder in de toekomst liggen.
Het besluit moet op actuele informatie blijven rusten
Tussen voorbereiding, goedkeuring en daadwerkelijke betaling kan de situatie veranderen. Bij een belangrijke nieuwe claim of wegvallende financiering moet worden onderzocht of de eerdere beoordeling nog bruikbaar is. Voor uitkeringen in termijnen verdient iedere betaaldatum aandacht binnen het actuele financiële beeld. Bewaar de gebruikte cijfers, aannames en bestuursafweging met een duidelijke datum. Een externe accountant kan informatie of ondersteuning geven, maar neemt de bestuurstaak niet over. Het dossier moet laten zien dat bestuurders de relevante onzekerheden hebben begrepen en daar een eigen besluit aan hebben verbonden.
Verantwoordelijkheid bij een onhoudbare uitkering
Wanneer de BV na een uitkering niet kan doorgaan met betalen, kunnen bestuurders onder de wettelijke voorwaarden aansprakelijk zijn voor het daardoor ontstane tekort. Ook een ontvanger die de problemen kende of redelijkerwijs moest voorzien kan een vergoedingsplicht hebben, binnen de wettelijke begrenzing. Dat betekent niet dat iedere latere tegenvaller automatisch aansprakelijkheid oplevert. De kennis en voorzienbaarheid op het relevante moment zijn essentieel. Een zorgvuldig onderbouwde beoordeling is daarom zowel een hulpmiddel voor verantwoord handelen als bewijs van de afweging die daadwerkelijk is gemaakt. Bij twijfel over betaalruimte wordt eerst het bedrag, moment of financieringsplan opnieuw onderzocht.
Bronnen bij dit onderwerp
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 — Uitkeringen door een BVGeraadpleegd op 2026-09-13
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 — Bestuur en tegenstrijdig belangGeraadpleegd op 2026-09-13