Begin bij het recht op zelfstandigenaftrek
De startersaftrek staat niet los van de zelfstandigenaftrek. Eerst moet worden vastgesteld dat de persoon ondernemer voor de inkomstenbelasting is en recht heeft op die onderliggende aftrek. Een btw-nummer of zakelijke rekening is daarvoor onvoldoende. De aard en organisatie van de activiteiten moeten bij ondernemerschap passen, en de voorwaarden voor zelfstandigenaftrek moeten voor het betrokken jaar zijn vervuld.
Het urencriterium verdient daarbij een eigen controle. Ook wanneer iemand pas later in het jaar begint, mogen de vereiste uren niet zonder wettelijke grond naar rato worden verlaagd. Houd feitelijk bestede ondernemingsuren bij en maak duidelijk waarop de registratie berust. Een verwachte werkweek aan het einde van het jaar bewijst niet dat hetzelfde aantal uren eerder werkelijk aan de onderneming is besteed.
De vijfjaarsgeschiedenis reconstrueren
Onderzoek de vijf voorafgaande jaren. De Belastingdienst verlangt onder meer dat iemand in die periode niet ieder jaar ondernemer voor de inkomstenbelasting was en de zelfstandigenaftrek maximaal twee keer gebruikte. Daarnaast mag in het kalenderjaar of de vijf voorafgaande jaren geen geruisloze terugkeer uit een BV hebben plaatsgevonden. Het gaat dus om fiscale feiten die niet volledig uit een recent Handelsregisteruittreksel blijken.
Verzamel per jaar de aangifte, relevante aanslag en een korte toelichting op de activiteiten. Let op verschillen tussen de oorspronkelijke aangifte en een later gecorrigeerde aanslag. Als een eerder jaar uiteindelijk als resultaat uit overige werkzaamheden is behandeld, kan dat relevant zijn voor het overzicht. Neem daarom niet alleen over wat ooit in een concept door een boekhouder is aangekruist.
Een ondernemer begint opnieuw na een tussenliggende baan
Een fictieve keramiste had enkele jaren geleden een kleine onderneming, werkte daarna in loondienst en opent nu opnieuw een atelier. Zij denkt dat een nieuwe handelsnaam automatisch drie nieuwe toepassingen van startersaftrek oplevert. Het onderzoek begint echter met haar feitelijke ondernemersjaren en eerdere zelfstandigenaftrek. De naam op de gevel verandert die geschiedenis niet.
Haar adviseur maakt een jaaroverzicht met de fiscale kwalificatie, toegepaste aftrek en eventuele correcties. Daarnaast wordt het huidige recht op zelfstandigenaftrek beoordeeld. Pas daarna kan worden vastgesteld of startersaftrek beschikbaar is. Het voorbeeld laat ook zien waarom een algemene uitspraak dat iemand nooit opnieuw starter kan zijn te stellig is. De concrete terugkijkperiode en voorwaarden bepalen het resultaat; zowel een automatische nieuwe teller als een levenslang verbod kan de beoordeling missen.
Het bedrag en de verwerking in de aangifte
De reguliere startersaftrek bedraagt volgens de actuele Belastingdienstinformatie € 2.123. Wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt dit bedrag bij de zelfstandigenaftrek opgeteld. Het is geen afzonderlijke subsidie en ook geen korting van hetzelfde bedrag op de belastingaanslag. De invloed op de te betalen belasting volgt uit de volledige inkomensberekening.
De Belastingdienst vermeldt bovendien dat iemand niet kan kiezen om in een jaar wel zelfstandigenaftrek en geen startersaftrek te benutten wanneer recht op beide bestaat. De startersaftrek bewust laten staan voor een mogelijk winstgevender jaar past dus niet bij die uitleg. Noteer in het dossier welk jaar de toepassing betreft, zodat de volgende aangifte de gebruikte mogelijkheden correct kan meenemen.
Lage winst kan een andere uitkomst geven dan verwacht
Bij toepassing van startersaftrek kan het gezamenlijke bedrag van zelfstandigenaftrek en startersaftrek hoger zijn dan de winst. Daardoor kan een verlies ontstaan. Onderzoek vervolgens de verwerking binnen het inkomen uit werk en woning en eventuele verliesverrekening. Het ontbreken van voldoende ondernemingswinst betekent dus niet zonder meer dat startersaftrek in dat jaar geen betekenis heeft.
Maak de gevolgen zichtbaar naast loon of andere box 1-inkomsten, zonder te beloven dat altijd een directe teruggaaf ontstaat. De uiteindelijke uitkomst hangt af van de persoonlijke situatie en de aangifte. Wie aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd heeft bereikt, moet rekening houden met de bijzondere halveringsregel voor zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Een berekening voor een jongere starter kan daardoor niet ongewijzigd worden overgenomen.
Jaarlijks actualiseren zonder oude keuzes te vergeten
Bewaar het vijfjaarsdossier samen met de urenonderbouwing van het nieuwe jaar. Bij een volgende aangifte schuift de terugkijkperiode op en kan ook de activiteit zijn veranderd. Een vorig positief oordeel hoeft daarom niet automatisch dezelfde uitkomst voor het volgende jaar te geven. Evenmin moet iedere controle opnieuw vanaf een lege map beginnen.
Stem de ondernemersgegevens af met degene die de aangifte verzorgt. Bespreek afzonderlijk de zelfstandigenaftrek, zodat de startersverhoging niet wordt gebruikt om een ontbrekend recht op de basisregeling te verhullen. Bij arbeidsongeschiktheid bestaat een specifieke startersregeling met eigen voorwaarden. Die vraagt een eigen beoordeling en mag niet worden verward met de reguliere verhoging die hier wordt behandeld.
Bronnen bij dit onderwerp
- Belastingdienst — StartersaftrekGeraadpleegd op 2026-09-13
- Belastingdienst — Wanneer bent u ondernemer voor de inkomstenbelasting?Geraadpleegd op 2026-09-13