De lettercode bepaalt welke faciliteit beschikbaar is
Zoek de investering op in de Milieulijst van het juiste jaar en lees naast de omschrijving ook de code en voorwaarden. Daaruit volgt of MIA, Vamil of een combinatie beschikbaar is. Een product dat als duurzaam wordt aangeboden valt niet automatisch onder beide regelingen. Technische specificaties, toepassingsdoel en grenzen aan meetellende kosten kunnen de uitkomst veranderen.
Vraag de leverancier daarom naar de onderbouwing bij de exacte uitvoering. Leg vast welke onderdelen van een installatie wel en niet onder de omschrijving vallen. Als een project uit meerdere bedrijfsmiddelen bestaat, kan ieder onderdeel een eigen beoordeling nodig hebben. Bewaar de gebruikte lijstversie: een latere wijziging van de Milieulijst is geen reden om zonder controle een andere code op een oudere investering te plakken.
MIA geeft extra aftrek en geen vergoeding van de aanschaf
De MIA kan volgens de Belastingdienst oplopen tot 45 procent van het kwalificerende investeringsbedrag. Het toepasselijke percentage volgt uit de categorie van het bedrijfsmiddel. Bij een fictieve kwalificerende investering van € 20.000 en een verondersteld toepasselijk percentage van 36 procent bedraagt de extra aftrek € 7.200. Dit voorbeeld veronderstelt dat de gekozen code en alle voorwaarden daadwerkelijk passen.
Het aftrekbedrag is niet hetzelfde als de belastingbesparing. De uiteindelijke besparing hangt af van de winst, het toepasselijke belastingregime en de verdere aangifte. Zet in een investeringsvoorstel daarom afzonderlijke regels voor investeringskosten, MIA-aftrek en berekend belastingeffect. Anders kan een ondernemer een belastingaftrek aanzien voor een subsidie die rechtstreeks een deel van de leveranciersfactuur betaalt.
Vamil verandert de verdeling van afschrijving over de jaren
Bij Vamil is de willekeurige afschrijving beperkt tot 75 procent van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Voor het resterende deel geldt de normale afschrijving. De boekwaarde mag niet onder de restwaarde komen. De regeling biedt dus geen recht om hetzelfde bedrijfsmiddel uiteindelijk voor méér dan de toegestane afschrijvingsbasis af te schrijven.
Maak verschillende tijdspaden wanneer de winst sterk wisselt. Versneld afschrijven kan in een winstgevend jaar anders uitpakken dan wanneer de onderneming al verlies maakt. Houd daarbij de regels voor verliesverrekening en latere verkoop in beeld. Een lagere fiscale boekwaarde kan bij verkoop tot een hogere boekwinst leiden. Het voordeel bestaat daarom mede uit timing en moet niet zonder verdere berekening als blijvende korting worden omschreven.
Een wasserij onderzoekt een systeem voor waterhergebruik
Een fictieve wasserij vergelijkt twee technisch geschikte systemen. Bij één systeem lijkt een Milieulijstcode van toepassing, maar de leverancier noemt MIA en Vamil gezamenlijk als één voordeelpercentage. De ondernemer vraagt een uitsplitsing. Eerst wordt vastgesteld of het systeem onder de code valt en welke kosten meetellen. Daarna wordt de extra MIA-aftrek apart berekend van de mogelijke verschuiving in afschrijving.
Voor de Vamil-variant maakt de wasserij een meerjarenoverzicht met dezelfde verwachte omzet en onderhoudskosten als bij normale afschrijving. Alleen het afschrijvingsverloop wordt aangepast. Zo wordt zichtbaar welk deel van het verschil werkelijk door de faciliteit ontstaat. De ondernemer vergelijkt vervolgens ook waterbesparing, onderhoud en storingsrisico. De fiscale regeling is één onderdeel van de investeringsbeslissing, naast de operationele geschiktheid.
Kosten, subsidie en eigendom moeten aansluiten
Controleer welke onderneming de investering doet en de fiscale lasten draagt. Een aanvraag op naam van een andere groepsvennootschap dan de investeerder kan extra vragen oproepen; bij een fiscale eenheid gelden eigen meldingsregels. Bij lease moet worden onderzocht wie voor de regeling als investeerder optreedt. De contractuele benaming alleen vervangt die beoordeling niet.
De Belastingdienst vermeldt voor MIA en Vamil in beginsel een minimum van € 2.500 per bedrijfsmiddel en voorwaarden rond nieuwe bedrijfsmiddelen. Voor de afschrijvingsbasis moet een ontvangen aanschafsubsidie worden verwerkt. Onderzoek daarnaast samenloop met andere steun. Laat subsidie, btw en niet-kwalificerende projectkosten herkenbaar terugkomen, zodat de grondslag in de aanvraag te herleiden blijft tot de financiële administratie.
Melding en aangifte als twee verbonden handelingen
Bij een aangekochte investering moet de melding binnen drie maanden na de investeringsverplichting bij RVO plaatsvinden. Voor eigen voortbrengingskosten sluit de termijn aan op het kalenderkwartaal. Plan de melding dus vanuit bestelling en projectkosten, niet uitsluitend vanuit de laatste factuur. Bewaar de ontvangen beslissing en verwerk vervolgens de toegestane bedragen in de aangifte en activaspecificatie.
Voor investeringen vanaf 2025 neemt RVO volgens de actuele uitleg een beslissing waartegen bij RVO bezwaar kan worden gemaakt. Voor oudere investeringen kan de route verschillen. Lees daarom de rechtsmiddelenverwijzing van het ontvangen stuk. Onderzoek ten slotte mogelijke samenloop met energie-investeringsaftrek: MIA en EIA mogen niet tegelijk op hetzelfde bedrijfsmiddel worden toegepast, ook wanneer de installatie zowel milieuvoordeel als energiebesparing oplevert.
Bronnen bij dit onderwerp
- Belastingdienst — Milieu-investeringsaftrek en VAMILGeraadpleegd op 2026-09-13
- Belastingdienst — Melden bij RVOGeraadpleegd op 2026-09-13
- Belastingdienst — Geen recht op investeringsaftrekGeraadpleegd op 2026-09-13