Kies een consistente berekeningsbasis
Voor een handelsbedrijf begint de berekening met netto verkoopomzet en de inkoopwaarde van de verkochte goederen. De brutowinst in euro’s is het verschil tussen beide. De brutomarge als percentage berekent u door die brutowinst te delen door de omzet en de uitkomst met honderd te vermenigvuldigen. Bij nul omzet is dit percentage niet zinvol te berekenen.
Werk bij een gewone situatie met volledig aftrekbare btw met bedragen exclusief btw. Als btw niet aftrekbaar is of bijzondere regelingen spelen, moet de kostprijsbasis daarop worden afgestemd. Vermeng geen verkoopbedrag inclusief btw met een inkoopbedrag exclusief btw: dan ontstaat een aantrekkelijk percentage dat geen zuiver beeld van de commerciële marge geeft.
Marge en opslag bij een handgemaakte notitiehoes
Een winkel koopt een notitiehoes in voor 18 euro en verkoopt die voor 30 euro, beide exclusief btw. De brutowinst is 12 euro. Dat bedrag kan op twee verschillende grondslagen als percentage worden uitgedrukt.
De laatste regel laat zien waarom marge en opslag niet uitwisselbaar zijn. Wie 40 procent marge wil behalen en per vergissing 40 procent bij de inkoopprijs optelt, komt bij een andere verkoopprijs uit. Bij 25,20 euro omzet en 18 euro inkoopwaarde is de brutowinst 7,20 euro, oftewel ongeveer 28,6 procent van de omzet.
| Berekening | Rekensom | Uitkomst |
|---|---|---|
| Brutomarge over de verkoopomzet | 12 gedeeld door 30, maal 100 | 40 procent |
| Opslag op de inkoopprijs | 12 gedeeld door 18, maal 100 | Ongeveer 66,7 procent |
| Verkoopprijs bij slechts 40 procent opslag | 18 maal 1,40 | 25,20 euro |
Gebruik verkochte voorraad in plaats van alle inkopen
De inkopen van een maand zijn niet noodzakelijk de inkoopwaarde van wat in die maand is verkocht. Een grote voorraadbestelling kan nog grotendeels in het magazijn liggen. Als u alle inkopen direct tegenover de maandverkopen zet, lijkt de marge te dalen terwijl vooral de voorraad is toegenomen.
Sluit daarom de voorraadmutaties aan en gebruik een consistente kostprijsmethode. Bij een eenvoudige handelsadministratie helpt de relatie tussen beginvoorraad, inkopen en eindvoorraad om de inkoopwaarde van verkopen te verklaren, met afzonderlijke aandacht voor retouren en correcties. De pagina over voorraadwaardering behandelt waarom de waarde van de resterende goederen apart moet worden onderbouwd.
Een korting werkt door op het hele verschil
Keer terug naar de notitiehoes van 30 euro met 18 euro inkoopwaarde. Bij een korting van 10 procent wordt de verkoopprijs 27 euro. De brutowinst daalt dan van 12 naar 9 euro. De prijs is met 10 procent verlaagd, maar de brutowinst per hoes daalt met 25 procent. De nieuwe brutomarge is ongeveer 33,3 procent.
Om dezelfde totale brutowinst te behalen zijn onder deze vereenvoudigde aannames meer verkopen nodig. Houd daarbij rekening met extra verwerking, verzending en retouren als die met het aantal orders toenemen. Een korting kan commercieel zinvol zijn, maar de berekening moet laten zien welke extra afzet nodig is en of die realistisch uitvoerbaar is.
Vergelijk productmix en kostenindeling
Een gemiddelde marge kan veranderen doordat klanten andere producten kopen, ook wanneer de marge per artikel gelijk blijft. Bekijk daarom belangrijke productgroepen afzonderlijk. Een groter aandeel laagmarginale accessoires kan de totale procentuele marge drukken terwijl de absolute brutowinst toch stijgt door meer verkoopvolume.
Controleer eveneens of kosten dit jaar op dezelfde plaats in de administratie staan. Wanneer transportkosten eerst onder algemene kosten vielen en nu in de kostprijs zijn opgenomen, verandert de brutomarge zonder dat de onderneming economisch slechter presteert. Maak zo’n wijziging zichtbaar voordat u conclusies trekt uit een vergelijking met eerdere perioden of andere bedrijven.
Verbind marge met de volgende ondernemersbeslissing
Gebruik de berekening om concrete vragen te stellen: welke artikelen dragen het meeste bij, welke korting is betaalbaar en welke inkoopprijsstijging vraagt een nieuwe verkoopprijs? Leg de aannames vast en vergelijk na een wijziging het werkelijke resultaat met de verwachting. Vermijd één universeel goed margepercentage; bedrijfsmodel, service en kostenstructuur verschillen.
Voor het bedrag aan verkopen dat alle relevante kosten moet dekken, volgt een afzonderlijke break-evenberekening. Een hoge brutomarge is namelijk geen garantie dat huur, personeel en andere vaste lasten al zijn betaald. Door de twee berekeningen te verbinden krijgt u zowel inzicht in iedere verkoop als in de benodigde schaal van de onderneming.
Bronnen bij dit onderwerp
- KVK — ExploitatiebegrotingGeraadpleegd op 2026-09-12
- Belastingdienst — Waardering van bedrijfsvoorraadGeraadpleegd op 2026-09-12